Pubers

Een moeder en dochter zitten op een bank en maken een selfie van zichzelf.

Wat is puberteit?

De puberteit is de fase tussen kind zijn en volwassen worden. Je kind maakt in deze periode veel veranderingen door. Het lichaam verandert, hormonen spelen een grote rol en ook mentaal gebeurt er veel. Je puber gaat steeds meer nadenken over wie die is, wat die vindt en wat die wil. Dat hoort erbij. Veel pubers willen meer zelfstandigheid en nemen niet alles meer zomaar van je aan.

Uitdagingen in de opvoeding van pubers

Tijdens de puberteit kan je kind ineens heel anders reageren dan je gewend bent. Waar het eerst makkelijk ging, ontstaan nu vaker discussies, ruzies of spanningen. Dat kan voelen als een grote verandering en er ontstaan dan regelmatig opvoedingsproblemen. Gedrag zoals spijbelen, veel gamen, geen huiswerk maken of omgaan met vrienden waar jij je zorgen over maakt, kan je onzeker of machteloos laten voelen.

Als je hier middenin zit, is dat vaak zwaar. Je zoekt naar wat werkt en twijfelt soms aan jezelf. Veel ouders herkennen dit. Opvoeden in deze fase betekent steeds opnieuw zoeken naar de juiste balans tussen begeleiden en loslaten. Voor de meeste pubers wordt het met de tijd weer rustiger en komt het weer goed.

Tips bij het omgaan met pubers

Toon oprechte belangstelling
Laat merken dat je geïnteresseerd bent in je puber. Ga ervan uit dat je kind zelf het beste weet wat er speelt. Luister zonder te oordelen en geef je kind de ruimte om het verhaal te doen en af te maken.

Maak samen afspraken
Jouw rol verandert in de puberteit. Je stuurt minder en ondersteunt meer. Betrek je kind bij het maken van regels en luister naar wat je puber nodig heeft. Samen afspraken maken, bijvoorbeeld over thuiskomen, helpt vaak. Laat zien dat er meer vrijheid komt als afspraken worden nagekomen. Over onderwerpen zoals spijbelen of het gebruik van alcohol en drugs is het belangrijk om duidelijke grenzen te stellen en uit te leggen waarom die er zijn.

Blijf in gesprek
In gesprek blijven betekent vooral luisteren. Probeer niet te preken. Wil je puber niet praten, dan kan je voorstellen om te appen, mailen of iets op te schrijven.

Laat merken dat je er bent
Pubers trekken zich soms terug. Dat is normaal. Laat weten dat je af en toe even checkt hoe het gaat, bijvoorbeeld met een korte vraag, een kop thee of een moment samen.

Neem gevoelens serieus
Erken wat je kind voelt, ook als je het niet helemaal begrijpt. Je puber voelt zich sneller veilig om eerlijk te zijn als die zich gehoord voelt.

Sta stil bij je eigen reactie
Boosheid of spanning komt vaak voort uit zorgen of angst. Als dat zo is, leg dit uit aan je kind. Je puber wil meestal niet dat jij je zorgen maakt, maar wil ruimte voelen om zichzelf te zijn.

Geef ruimte om te leren
Zeg niet ‘zie je wel’ als het fout gaat, maar laat je kind zelf nadenken over wat anders kan. Binnen veilige grenzen mag je kind fouten maken. Probeer niet meteen te oordelen of te voorkomen dat er fouten gemaakt worden.

Laat zien wat je belangrijk vindt
Een kind ‘doet niet wat je zegt, maar kijkt naar wat je doet’. Als jij bepaalde regels belangrijk vindt, helpt het als je die zelf ook volgt. Denk bijvoorbeeld aan je telefoongebruik of roken.

Kies wat echt belangrijk is
Niet elk onderwerp hoeft een discussie te worden. Sta stil bij wat voor jou echt telt en laat kleinere dingen soms los.

Hulp bij het opvoeden van pubers

Wil je praten over de opvoeding van je kind en zit je met vragen? Neem gerust contact op met de MIND Hulplijn. Wij bieden je persoonlijke hulp en advies. Je kan elke werkdag bellen, chatten, WhatsAppen of mailen.